Sessie 25: Welcome to Earth

Onderweg terug naar Thay kwamen we weer die vreemde bende met een kar tegen. Ze leken wat pech te hebben, dus bood Arthian hulp aan om met haar Smith's tools—die ze kennelijk heeft—hun kromme wiel weer recht te slaan. Wulfrik, de aanzienlijk grote en agressieve man in een metalen pak bedekt met runes, merkte sentimenteel op dat dit de eerste keer in zijn leven was dat iemand aan hèm vroeg wat zijn probleem was.

Tijdens het repareren van het wiel vroeg Arthian aan de kerkelijke in de karrenbende om haar meer te vertellen over haar religie. Liv merkte op dat bekeringen naar Afflux meestal niet vrijwillig gingen, maar dat ze meer dan bereid was om aan Arthian tijdelijk haar gebedsboekje af te staan met een heilig Afflux-symbool als souvenir geloofsvoorwerp. Na de kar opgeknapt en de geloofsuitwisseling afgerond te hebben reisden we door naar Thay, in de hoop dat Wulfr Inc. niet doorhad dat we wéér Glitterhoof verloren waren (🥲).

Die avond lag Arthian wakker. Meer dan ze aan gewend was sinds het ontvangen van haar tweede demonische zwaard. In de nachten heden ten dage kon ze, zelfs in haar slapeloze vorm van half-leven, een bepaalde rust in de nacht vinden die haar in de ochtend de energie schonk om een effectieve krijger te zijn op het slagveld. Maar vannacht woelde ze in haar slaapzak, draaide ze zich vijfmaal om en kon ze tevergeefs geen tel rust krijgen.

Eventueel trok ze het niet meer en ging ze maar rechtop zitten. Ze zag dat haar medereizigers ook hun nachtrust kennelijk opgegeven hebben, en zich maar afgeleid hebben van de verveling. Faai speelde met een klein vuurtje die ze in de lucht rondgooide en opving, waarna ze het gevaarlijk dichtbij haar slaapzak bracht waar ze nog zelf in zat. Een kort aangewakkerde gloei nam grip op de vezels van haar slaapzak die Faai vervolgens nonchalant doofde met een wuif van haar rechterhand. Faai keek haar geliefde met vermoeidheid in haar ogen aan, en hield haar schouders naar haar op waarmee ze dezelfde slaaploosheid erkende die Arthian leek te beleven. De stoïsche Emrys die gewoonlijk in de nacht als een rots stil bleef staan, stond een kleine afstand verderop, maar niet al te ver van het vuur, rustig te ijsberen. Het leek erop dat ook stenen golems niet rust konden vinden in deze bijtende wind. Zelfs Allegro, die normaliter zonder slaapzak op zijn buik recht op de grond vrijwel direct in slaap valt in zijn vele lagen stof die hij altijd aan heeft, vanavond kinderachtig zet te spelen met de Sunspear, schijnbaar proberend te meten precies hoe lang hij een staaf van pure zonlicht kan laten ontstaan vanuit zijn—Laat ook maar.

Maar waar kwam deze wind nou vandaan? In de nabije omgeving schudden de takken van de bomen niet, maar Arthian gelooft nog in het functioneren van haar half-levende huid dat ze de temperatuur van de omgeving accuraat kon meten. In gebrek aan betere dingen om te doen deze avond stond ze op, om misschien ook net zoals Emrys na een korte wandeling toch nog een facsimile van een nachtrust te verkrijgen. Ze draaide zich om om te beginnen met lopen, maar ze werd vrijwel direct op haar plek gestopt door een vreemd beeld. Voor haar leek een klein kind te staan. Stil en geen spierbeweging te zien terwijl het kind haar strak en doorborend maar bleef aankijken. Achter dit kind bouwde langzamerhand een scène op die onthuld werd door een dikke, verstikkende mist: in een verre verte, gestationeerd op een dodelijk hoge klif, stond een akelige stenen constructie wat misschien wel leek op een verkrekte parodie van een een onheilspellend kasteel. Sterke regenval en hevig zwiepende, dooie bomen leken een danse macabre te houden in weersomstandigheden die niet te zien waren in de nog levende bomen die de Vurige Vier omringde toen het kampvuur eerder op de avond door Faai gestart was.

Origine van de wind duidelijk, bleef het nog maar de vraag wat dit kind nou van ons wilde. Aan gebrek van reactie van de rest van Arthian's troupe, was de vraag misschien wel specifieker: wat het kind van háár wilde. Deze vraagstelling in Arthian's hoofd opgemerkt te lijken bewoog het kind voor de eerste keer sinds ze verschenen was langzaam haar arm. In een vastgeknepen hand reikte het kind een doorweekte, gescheurde envelop aan Arthian aan. Schijnbaar zonder de inhoud van deze brief hoeven te lezen werd het Arthian al duidelijk wat hier gaande was: door dit kind hier werd ze uitgenodigd om de nacht te spenderen in dit griezelrijke kasteel. Nou, Arthian niet gezien, en dat liet ze het kind vervolgens ook hardop weten. Zelfs na deze volwaardige opmerking leek geen van Arthian's compatriotten te reageren en leek ze er maar echt alleen voor te staan. Waarom zij? Was het wat ze diezelfde dag aangenomen had van die aparte geloofsovertuigingen waarvan Arthian tot vandaag nog nooit van gehoord had? Natuurlijk niet, van die vrouw leek een soort aura af te komen die haar soort van gelijkende met Faai, dus zou ze nooit Arthian kwade wil berokkenen. Er was iets anders. Iets noodlottigs, dat deze avond haar een eenzame keuze afdwingt.

Neen! Wat zou dat dan voor haar betekenen?! Als zelfs nu niet haar hele groep bij haar is om dit fenomeen mee te maken, dan staat ze er volledig alleen voor als ze deze uitnodiging accepteert. Ze heeft ten minste een iemand nodig om naast een vijand te staan als eenmaal haar quickdraw-effect uitput! Maar helaas voor Arthian loopt verzoek om tot drang. Een bovennatuurlijk effect probeerde Arthian's toestemming af te dwingen, maar Arthian is daar te goed voor. Arthian bleef hardnekkig stil staan terwijl het verre kasteel, en eventueel het nabije kind opgeslokt worden door een ondoorzichtige mist als voor haar weer het visioen sluit. Klaarblijkelijk niet volledig, als Arthian weer zonder een avondwandeling gemaakt te hebben weer in haar slaapzak terug kroop kwam zij, noch haar groepsleden maar niet van de kille wind af die nacht.

Het was te merken. De volgende ochtend voelde iedereen alsof ze net zo goed tijdens die nacht keihard doorgereisd hadden. Er was geen reden om hier te blijven treuzelen, dus gingen we maar net zo goed weer op pad. Een paar zware uren later geploeterd te hebben was er in de verte voor de verandering juist iets heel goeds om te zien: een karavaan van karren behorend tot de World Shapers die weer thuis bij Thay aankwamen! Wat een prachtige timing. De Vurige Vier namen lekker plaats in een van de koetsen getrokken door mammoeten waar Aland ook in zat. Terwijl we van de gemakkelijke manier van transport wel konden genieten, genoot Faai absoluut niet wanneer een vlaag van jaloezie haar overkwam als Aland ongepaste opmerking na ongepaste opmerking richting Arthian maakte. Veel erger nog, bleek het dat Aland de geheime neiging verborg om Fikkie op te eten, de viezerik! Deze schandelijke schuldbetekenis zullen we Aland nooit vergeven, en hem ammenooitniet alleen dichtbij Fikkie achterlaten.

Er was wel één manier voor Aland om dit een beetje goed te maken. Met een zijwaartse blik en een subtiele por vroeg Allegro onder zijn adem aan Aland of zij nog olie hadden gevonden in hun expedities rond de gebroken wereld. Aland onthulde dat ze wel 9800gp aan olie hadden bij elkaar hebben geschraapt! De druïden gingen geheid weer op deze hoeveelheid zitten, dus was dit het perfecte moment om het onder hun neus vandaan te halen. Aland gaf ons de ongelofelijke vriendenprijs van een 1:1 transactie tussen olie en goud. We besloten als groep om 3000gp aan olie in te slaan voor de grote avonturen die ons nog stonden te wachten.

De timing dat beide expedities van de hoge piefen en de Vurige Vier tegelijkertijd bij Thay aankwamen kon maar niet beter. Na het avondeten deden de piefen aan een zeer ongebruikelijke avondvergadering om bij elkaar te komen en te praten over het komende plan van zaken. We zouden zo snel mogelijk naar de Plane of Earth moeten. Specifieker is ons volgende reisdoel 'Liotherdis', een domein van één van de elementaire prinsen van Aarde. In die locatie bevond zich Ravihn, die kennelijk een oude bondsgenoot geweest was in de tijd dat Titanen tegen draken vochten. Maar in de eeuwige loop van tijd tussen toen en nu is Ravihn gek geworden, en is deze expeditie wel te zien als en soort genadedoding. Nobel doel of niet, Arthian wilde sowieso een beloning nadat deze daad door ons gepleegd was. Specifiek vroeg ze dat ze vond dat meer middelen ingezet moesten worden om Yaadi, Jan en Fikkie op te sporen. Daarbovenop wilden we ook, in overeenstemming met onze deal met Mo, de prinsenziel weer terug eenmaal de Red Wizards klaar waren met de wereld redden enzovoort. Hiermee gingen ze (na een korte miscommunicatie) eventueel mee akkoord: en dit staat nu officieel zwart-op-wit in deze samenvatting.

Het werd tijd om voor te bereiden. Allegro's fancy nieuwe wapen opende voor hem een arm op waarmee hij nu potentieel mee een schild zou kunnen dragen. We vroegen aan de hoge piefen of er iemand toevallig nog een goed schild had liggen, en de kapitein van de lokale paladijnenorde schonk Allegro zijn schild af voor het grotere goed. Allegro maakte de kapitein wijs dat hij (deels) in zijn eer zou vechten om de wereld te redden. Ook wilde een Red Wizard heel bekend worden met onze artefacten. Mochten wij doodgaan, dan zouden ongetwijfeld weer de artefacten zich verspreiden over het multicosmos. Om het de Red Wizards het makkelijker te maken om deze weer op te sporen voor een eventuele nieuwe poging om op deze manier de wereld te redden, wilde hij de mogelijkheid hebben om later accuraat deze krachtige wapens te kunnen bespioneren. Eens met dit doeleinde maar niet volledig de intenties vertrouwend van deze Red Wizard, spendeerden wij een dag (die we sowieso toch nodig hadden om tot onze volledige kracht te komen) in het Red Wizard laboratorium om toezicht te houden op deze Wizard die kenmerken van de artefacten aan het opschrijven was. Verder nog snuift Arthian een lijntje diamantenpoeder om van een slechte karaktertrekking af te komen. Zo, wat zijn drugs daar een effectief middel voor, zeg!

Het werd eindelijk tijd. Ons doel was vaag doch bekend: we moesten in Lioterdis rondzoeken tot we een grote bepantserde motherf***er vonden, en die dan vervolgens keihard in elkaar slaan om zijn ziel te kapen. Faai werd een speciaal kooitje gegeven die ze binnen zichtafstand moest houden op het moment dat Ravihn dood zou gaan om zijn ziel tijdens zijn reis naar het hiernamaals te onderscheppen. We raakten (met Allegro's weerzin) met onze blote duimen een lodestone aan die ons zou verankeren in het multicosmos tot deze locatie, die ons eenmaal zou kunnen terugtrekken in een noodsituatie, of eenmaal Lioterdis in elkaar stort door het missen van de ziel van Ravihn. Als het goed gaat worden we dan op tijd weggetrokken voordat die realiteit instort. Als het goed gaat. Even niet bewegen en je ontbijt binnen houden, en we werden interdimensionaal getransporteerd naar de Plane of Earth.

We kwamen aan in een verrassend onopmerkelijke grot, die eigenlijk precies ergens op de Material Plane zou kunnen passen. Het was donker, maar like de helft van onze groep heeft darkvision dus whatever. Desalniettemin McGuyver'd Allegro een kolengestookte zaklamp met behulp van een lichtspreuk. Dit bleek niet zo heel nodig te zijn, omdat de eerste gang van deze grot al ons meteen naar buiten liet en het buiten het toch een partijtje fel was. Welgeteld drie grote, oranje vuurballen boven de horizon leken hier de taak van de zon op zich te nemen. Deze verlichting gaf ons de kans om om ons heen te kijken: we waren omringd door heuvels en gebergte waar je ook maar keek, en we konden wel elke berg beklimmen die we wilden. Bedankt, Todd Howard! We waren snel unaniem eens dat de grote boze knaap die we zochten zich waarschijnlijk wel in de grootste, meest imposante berg bevond, dus trokken we maar als eerst meteen die richting op.

Soms neem ik wel eens

creatieve vrijheden

in de vertelling.